Rechtspraak & Kinderbescherming in coronatijd – Is de nieuwe toverformule van de kinderrechter in strijd met artikel 6 jo. 8 EVRM?

Door Reinier Feiner (bij FeinerIwema Advocaten te Rotterdam)

“De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.”

Bron: onder meer ECLI:NL:RBROT:2020:3524

Onderstaand een selectie aan uitspraken (via rechtspraak.nl) van de kinderrechter in Coronatijd. Mij valt op dat ouders in bijna geen enkele zaak worden bijgestaan door advocaten, alle verzoeken voor de gehele duur worden toegewezen, ondanks dat belanghebbenden niet of gebrekkig en louter telefonisch worden gehoord, én ondanks het feit dat het hier gaat om bijvoorbeeld een verzoek uithuisplaatsing van een nog niet geboren tweeling.

Geef ouders een jeugdrechtadvocaat in coronatijd!
Oplossingsrichting: Gelet op de majeure impact van deze beslissingen tot uithuisplaatsing van kinderen zou het, bezien vanuit de zorgvuldigheid waarmee dit soort beslissingen dienen te worden genomen, de rechtbank sieren om als beleid gedurende corona-tijd ambtshalve gespecialiseerde jeugdrechtadvocaten toe te voegen aan belanghebbenden, zodat ouders (en jeugdige) in staat worden gesteld zowel mondeling als vooraf middels een brief of verweerschrift van hun advocaat op een goede wijze en goed geïnformeerd hun standpunt naar voren te brengen.

Huidige werkwijze jeugdrechtspraak in strijd met art. 6 jo. 8 EVRM?
Die sier is overigens ook noodzaak, omdat de formeel wettelijke en verdragsrechtelijke waarborgen op een eerlijk en zorgvuldig proces ex artikel 6 (fair trial, equality of arms) juncto artikel 8 EVRM (inbreuk op het gezinsleven alleen op een wijze als bij de wet voorzien en op basis van een zorgvuldige besluitvormingsprocedure, noodzakelijk én slechts als uiterste maatregel, als alternatieven niet mogelijk blijken). 

Onderstaand een selectie van exemplarische casussen:

31-03-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3521Afwijzing verzoek tot uithuisplaatsing van ongeboren tweeling voorafgaande aan de geboorte. Toewijzing van een dergelijk verzoek zou neerkomen op vrijheidsbeneming van de moeder. Art. 1:265b lid 1 BW biedt hiervoor geen wettelijke basis. Toewijzing van het verzoek tot uithuisplaatsing met ingang van de geboorte van de tweeling. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen. Vader als informant zonder advocaat aanwezig, moeder telefonisch niet bereikbaar: “De Raad heeft de moeder op de hoogte gebracht van de telefonische zitting, waarbij zij heeft aangegeven bereikbaar te zullen zijn. Hoewel meermaals geprobeerd, is het de rechtbank niet gelukt om de moeder telefonisch te bereiken.”
07-04-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3584Ouders zonder advocaat en telefonisch gehoord, waren het niet eens met verlenging UHP
07-04-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3523Verzoek verlenging gesloten machtiging 6 maanden + OTS. Partijen telefonisch gehoord, minderjarige en advocaat, ouders geen advocaat.
02-04-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3595Gewone UHP toegewezen, geen advocaten voor kind (loverboyproblematiek) of ouders – telefonisch gehoord.
21-03-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3329Verlenging OTS, ouders zonder advocaten, eens met hulpverlening, en geen verzet tegen OTS omdat hulp GI nog nodig zou zijn. (Volgens de KIR is hiermee voldaan aan art. 1:255 lid 1 BW, maar blijkens motivering lijkt het alsof ouders de hulpverlening juist in voldoende mate ervaren)
31-03-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3236GI laat termijn verlenging verlopen, telefonisch horen verloopt chaotisch en met ruzie, RvdK buiten aanwezigheid van partijen (en advocaat moeder) gehoord en doet zelfstandig verzoek, verzoek GI tot verlenging met 1 jaar OTS/UHP niet-ontvankelijk, maar verzoek RvdK OTS/UHP voor één jaar geheel toegewezen!) Zie onder voor nadere bespreking
07-04-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3524Omgang-OTS, ouders zonder advocaten, volledig toegewezen verzoek tot verlenging OTS
03-04-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3348Wederom geen advocaten, wel Poolse tolk, vader niet gehoord. Verzoek geheel toegewezen.
02-04-2020ECLI:NL:RBROT:2020:3594Moeder spoed-VOTS/UHP pasgeboren baby, verzoek UHP voor duur VOTS toegewezen na telefonisch horen, géén advocaat en aankondiging dat ook in juni alleen telefonisch wordt gehoord.

De uitspraak van 31 maart 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:3236) is bijzonder en verdient nadere aandacht. Onderstaand delen van het vonnis waarbij het een en ander is dikgedrukt:

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
– het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 9 maart 2020
– het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 31 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 1 maart 2020
De mondelinge behandeling van deze zaken ter zitting met gesloten deuren stond gepland op 8 april 2020. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het COVID-19 virus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft op 8 april 2020 de volgende personen telefonisch gehoord:
– de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M.R. de Kok;
– de vader;
– de oma;
– de vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1], die vanwege het beperkte aantal mogelijke deelnemers aan een telefonisch groepsgesprek vooraf apart is gehoord;
– een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2].

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te kunnen komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.
De kinderrechter heeft het telefonisch gesprek, nadat partijen in eerste termijn hun mening hadden gegeven, moeten afbreken, omdat de moeder en de oma twee keer in verbaal conflict raakten, waarbij zij naar elkaar schreeuwden en elkaar uitscholden. het is de kinderrechter in eerste instantie gelukt om het conflict te sussen, maar na enige tijd laaide de ruzie weer op. De moeder en de oma en ook de vader weigerden gehoor te geven aan de herhaalde verzoeken van de kinderrechter om stil te zijn. Zij bleven elkaar uitschelden en beledigen. De kinderrechter zag zich daarom genoodzaakt om het gesprek af te breken. De advocaat van de moeder en de GI zijn vervolgens teruggebeld met de mededeling dat er een schriftelijke uitspraak volgt.
Door en namens de moeder is ter zitting verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen, omdat het verzoek is ingediend na afloop van de termijn van de voorliggende ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Ten aanzien van het verzoek van de Raad is eveneens verzocht dit af te wijzen. De moeder is op dit moment namelijk weer in staat om voor [voornaam minderjarige] te zorgen. Zij heeft een eigen woning, een baan en zij is bezig met begeleiding en behandeling voor haar borderline-klachten. Op het moment dat [voornaam minderjarige] onder toezicht werd gesteld en uit huis werd geplaatst, zat de moeder in detentie. Dat is inmiddels een jaar geleden. Sindsdien heeft de moeder geen strafbare feiten meer gepleegd. Het is voor het hechtingsproces van [voornaam minderjarige] van belang dat er veel contact tussen hem en de moeder plaatsvindt. In oktober 2019 is de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd om het KSCD-onderzoek af te wachten. Dat onderzoek heeft nu, zes maanden later, nog steeds niet plaatsgevonden. Dit mag daarom niet weer een reden zijn voor een toewijzing van het verzoek de Raad.
Hoewel de moeder zich tot nu toe aan deze afspraken heeft gehouden en zij een positieve ontwikkeling lijkt door te maken, is er nog geen goed zicht op de bij de moeder betrokken hulpverlening en haar opvoedvaardigheden en -situatie. Vanwege een mogelijk incorrecte aanmelding door de GI, de wachtlijstproblematiek en de crisis rond het COVID-19-virus is het perspectiefonderzoek nog niet gestart. Deze enkele omstandigheid rechtvaardigt niet een terugkeer van [voornaam minderjarige] naar zijn moeder.